| P | Vraag | In deze simulatie |
|---|---|---|
| Product | Wat bied je aan? | Welke artikelen bestel je? Stadsfietsen, e-bikes, regenkleding⦠|
| Prijs | Hoeveel betaalt de klant? | De verkoopprijs staat vast; jij beheert de marge via je inkoop. |
| Plaats | Waar koopt de klant? | De winkel en de webshop van VeloNova. |
| Promotie | Hoe bereik je de klant? | Jouw mediakeuze: krant, sociale media, radio, flyers, sponsoring⦠|
π«π· Chaque dΓ©cision de la simulation correspond Γ un des 4 P. Le choix des mΓ©dias, c'est la Promotie. Le choix des articles, c'est le Product.
| Begrip | Betekenis | Voorbeeld |
|---|---|---|
| bereik | hoeveel mensen je boodschap zien | Radio bereikt 25.000 mensen. |
| doelgroep | de mensen die je wilt bereiken | Pendelaars van 25 tot 50 jaar. |
| gericht bereik | bereik binnen je doelgroep | 1.000 gerichte mensen zijn beter dan 10.000 willekeurige. |
| conversie | hoeveel mensen echt kopen | Google Ads heeft een hoog conversiepercentage: die mensen zoeken al. |
π«π· Un grand bereik n'est pas toujours meilleur. Mieux vaut atteindre 2.000 personnes du bon groupe cible que 20.000 personnes qui ne sont pas intΓ©ressΓ©es.
| Stap | Berekening | Wat het betekent |
|---|---|---|
| Omzet | verkochte stuks Γ verkoopprijs | wat de klanten betaalden |
| β Kostprijs verkochte goederen | verkochte stuks Γ inkoopprijs | alleen wat Γ©cht verkocht is |
| = Brutowinst | omzet β kostprijs | de marge op je verkopen |
| β Reclamekosten | je mediabudget | een kost van de periode |
| = Bedrijfsresultaat | brutowinst β kosten | wat de maand Γ©cht opbracht |
Belangrijk: goederen die je kocht maar niet verkocht, zijn geen kost. Ze blijven voorraad β een bezit van de onderneming.
Voorbeeld: je koopt 10 fietsen Γ β¬340 en verkoopt er 6 Γ β¬449.
β Omzet 6 Γ β¬449 = β¬2.694 Β· Kostprijs 6 Γ β¬340 = β¬2.040 Β· Brutowinst = β¬654
β De 4 overblijvende fietsen (4 Γ β¬340 = β¬1.360) staan als actief op de balans.
π«π· Le stock invendu n'est pas une perte : c'est un actif. Ce principe est la base du module suivant sur la comptabilitΓ© (inventaire, bilan, compte de rΓ©sultats).
| Fout | Gevolg | Kost |
|---|---|---|
| Te weinig bestellen | gemiste verkoop, ontevreden klanten | je verliest de marge Γ©n de klant gaat naar de concurrent |
| Te veel bestellen | overschot in het magazijn | je geld zit vast; seizoensartikelen verouderen |
π«π· En gestion de stock, les deux erreurs coΓ»tent cher. L'art consiste Γ estimer la demande Γ partir de la mΓ©tΓ©o, du calendrier et de la publicitΓ© choisie.
| Functie | Zinsbouw |
|---|---|
| een keuze motiveren | Ik kies voor β¦ omdat β¦ / β¦ , want β¦ / Daarom kies ik voor β¦ |
| een voordeel geven | Het voordeel is dat β¦ / Een sterk punt is dat β¦ |
| een nadeel geven | Het nadeel is dat β¦ / Een risico is dat β¦ |
| een voorwaarde | Als het veel regent, dan stijgt de vraag naar regenjassen. |
| vergelijken | Radio heeft meer bereik dan flyers. / Sociale media zijn het goedkoopst. |
| een gevolg | Er was te weinig voorraad, daardoor misten we verkoop. |
π«π· Attention Γ l'ordre des mots : aprΓ¨s omdat, dat et als, le verbe part Γ la fin de la proposition. Β« Ik kies radio omdat het bereik groot is. Β»
Je heet Nadia Bakkali. Vandaag is je eerste werkdag als winkelverantwoordelijke bij VeloNova, een fietsenwinkel in een middelgrote Belgische stad.
VeloNova wil niet de goedkoopste zijn. De winkel wil bekendstaan als de winkel voor dagelijkse fietsers die betrouwbaarheid, advies en snelle service belangrijk vinden. In de buurt liggen drie concurrenten, waaronder een grote webshop met lage prijzen.
De eigenaar geeft je drie maanden en twee budgetten: β¬2.100 voor reclame (β¬700 per maand) en β¬16.000 voor inkoop. Elke maand neem je twee beslissingen:
1οΈβ£ Waar adverteer je? Je kiest media binnen je budget.
2οΈβ£ Wat bestel je? Je schat de vraag in en bestelt voorraad.
Daarna zie je het resultaat: omzet, winst, gemiste verkoop en klanttevredenheid. Let goed op het weer en de agenda β die bepalen wat klanten willen kopen.
Een fietsenverkoper zei ooit: "Fietsen zijn net ijsjes." Als het weer beter wordt, stijgt de verkoop. Als het regent, daalt de verkoop van fietsen β maar stijgt de verkoop van regenjassen en verlichting.
Een goede winkelverantwoordelijke kijkt dus niet alleen naar wat ze wil verkopen, maar vooral naar wat de klant op dat moment nodig heeft.
Schat in hoeveel stuks je zult verkopen. Te weinig = gemiste verkoop. Te veel = geld dat vastzit in het magazijn.
| Artikel | In voorraad | Inkoop | Verkoop | Marge | Bestel | Kost |
|---|
| Artikel | Begin | Besteld | Vraag | Verkocht | Omzet | Status |
|---|
Denk aan het weer Γ©n aan de politiecontroles op verlichting.
| Artikel | In voorraad | Inkoop | Verkoop | Marge | Bestel | Kost |
|---|
| Artikel | Begin | Besteld | Vraag | Verkocht | Omzet | Status |
|---|
Korting verlaagt je marge per stuk, maar verhoogt het aantal verkochte stuks. Wat levert het meest op?
Laatste maand. Denk aan je actie: kies je gratis lampen, dan heb je er extra nodig!
| Artikel | In voorraad | Inkoop | Verkoop | Marge | Bestel | Kost |
|---|
| Artikel | Begin | Besteld | Vraag | Verkocht | Omzet | Status |
|---|
| Omzet | β |
| β Kostprijs verkochte goederen | β |
| = Brutowinst | β |
| β Reclamekosten | β |
| = Bedrijfsresultaat | β |
| Voorraadwaarde (actief, geen verlies) | β |
| Gemiste verkoop | β |
| Klanttevredenheid | β |
| π£οΈ Nederlands (omdat Β· als Β· vergelijken) | β |
| π Economie (strategie Β· vraag Β· SWOT) | β |
| πΌ Management | β |